ANTIGONE

Voorstelling: Antigone van Miro Gavras door het RO-THEATER.
vertaling: Nina Fermin;
regie: Hubert Fermin;
spelers: Tamar Baruch en Jaap van Donselaar. Rotterdamse Schouwburg.

Door KESTER FRERIKS Achter de glanzend gepolijste, strenge facade van de Rotterdamse Schouwburg gaan niet alleen meer zalen schuil, maar ook een doolhof van gangen, kleedkamers en kantoorruimtes, plus een immens repetitielokaal.. Tijdens de voorstelling naar Sophocles' Antigone dwalen de toeschouwers achter twee acteurs aan door dit verborgen labyrint.Tamar Baruch speelt, gekleed als paardrijdster de titelrol. De eerste tien minuten bestaat haar tekst uit weinig andere mededelingen dan :'Ik heb niets gedaan,ik ben onschuldig.' Haar gezichttaat daarbij weerloos als het ochendgloren. Pas na enige tijd breekt er iets door van gedreven protest in haar stem en houding. Ze moet ook wel, want koning Kreon heeft besloten haar ter dood te veroordelen omdat zij het lijk van haar geliefde broer Polyneikes eervol wil begraven. Het koninklijke gebod slingert Antigone heen en weer tussen gehoorzaamheid en verzet. Zij weigert overgave aan Kreons immorele besluit. Maar behalve immoreel, is het gebod van hogerhand op zijn minst raadselachtig, Of sterker nog: kafkaiaans. Een onbegrijpelijk, nauwelijks met de rede te doorgronden noodlot kiest Antigone als slachtoffer. De Joegoslavische schrijver Miros Gavras accentueert in zijn bewerking van Sophocles' tragedie het duistere en angstwekkende van Kreons besluit. De strijd tussen de koning en Antigone kan in zijn visie feitelijk niet beslecht worden: dat zou beteken dat irrationaliteit en verstandelijk inzicht seen huwelijk aan zouden gaan. Onmogelijk, zeker in het theater waar de personages de ondergang vinden door hun eigen onverzettelijkheid. De smetteloze onschuld van Antigone staat inde regie van Hubert Fermin in schril contrast tot de onbetrouwbare, malafide en slinksig-schijnheilige Jaap van Donselaar als Kreon, die zich achtereenvolgens ontpopt als ambtenaar en toneelregisseur, twee be,roepen die uitdagen tot vals gedrag. De ambtenaar Van Donselaar gebruikt computergegevens om Antigone's dood te rechtvaardigém, als regisseur dwingt hij haar zich in te leven in de rol vanter dood veroordeelde. De dwaaltocht die de toeschouwers afleggen achter de schermen van de Rotterdamse Schouwburg volgt de psychologische ontwikkeling van het stuk: we beginnen onderaan de trap die weelderig bekleed is met een bloedrode draperie. De tocht.omhoog verbeeldt de weerzin van Antigone jegens de dood; zij heeft dorst naar het leven. Zijn we ergens op de hoogste verdieping in de kantoren van het Ro Theater aangekomen, dan ,ontpopt de ambtenaar Van Donselaar zich met alle ellendige retorische trucs die des ambtenaars zijn, zeker als ze hun macht kunnen baseren op een massa papier en ordners. In de foyer van de schouwburg valt het vonnis over Antigone: de trap die we daarna afdalen is als de tocht naar het dodenrijk. En wat voor dodenrijk biedt de Rotterdamse Schouwburg Antigone? Eén met kale betonnen wanden, grijs en ongenaakbaar. Net een put om peilloos diep in te vallen en nooit meer uit terug te kunnen keren. De voorstelling sluit aan bij de Rotterdamse Beeldenroute die zich door de stad slingert. Op onverwachte plaatsen treft het oog een sculptuur. Zo is het ook met Antigone: de vormkracht van deze klassieke tragedie en de intrigerende mengeling van raadsels en lucide bewijzen blijft zelfs op een dwaaltocht vol verrassende perspectieven ongeschonden.