For Coloured Girls...



de eerste ipproddukttie v De Nieuw Amsterdam met v.I.n.r. Vwonne Ristie, Bo Bojoh, Wüke Du~ Tamar Baruch, Kietje Sewrattan, Debby Kowsoleea en, bovenin, Paulette Smit Voor vrouwen die in regenbogen geloven maar ook zelfnioora overwogen Dansgedicht In gekleurde' theatertaal

Voorstelling: Voor vrouwen die in regenbogen geloven maar ook zelfmoord overwogen van Ntozake Shange
bewerkt door: Norman de Palm.
Produktie: De Nieuw Amsterdam/Cosmie Wasten Productions.
Regie en decor: Felix de Rooy
kostuums: Pieter Paul Verberne
choreografie: Zack Thompson
spelers: Tamar Baruch, Bo Bojoh. Wilke Durand, Deuby Kowsoleea, Yvonne Ristie. Kietje Sewrattan, Pauleite Simt Door JAC

HEIJER De zwarte Amerikaanse schrijfster Ntozake Shange noemde haar toneelstuk For colored girls who considered suicide, when tbc rainbo~ is enuj een 'choreopoem", een gedicht om op te dansen. Volgens Shanges voorwoord bij de tekst, is het in 1974 ontstaan uit twee Californische bronnen: vrouwenstudies en afro-amerikaanse dansopleiding. Na omzwervingen in vrouwencafé en margetheater bereikte het stuk Brpadway waar het twee jaar mei groot succes heeft gedraaid. De Arubaan Norman de Palm heeft in zijn Nederlandse bewerking een principiéle verandering 7_ aangebracht. For colored giris... heet hier Voor vrouwen die in regenbogen geloven maar ook zelfmoord overwogen. Het gaat niet meer over zeven zwarte Ameriknnse vrouwen, maar over die zeer Nederlandse mengeling: Surinaams (ereools én hindoestaans), Antilliaans, joods, Indisch, en dan in min of meer ver-hollandste verschijningsvormen. Wanneer de hindoestaanse vertelt over haar schooljeugd in de Achterhoek, het creoolse meisje over een ontmoeting in de Zandvoortse duinen of de Curagaose over haar heimwee in de Bijlmer, dan bereikt De Palm een verrassend en kritisch effect. Zo krijgt de blanke Nederlander in het theater zijn land niet te zien en het is tijd dat het wel gebeurt. Veel minder overtuigend werkt het relaas van de vrouw die gemaltraiteerd is door een minnaar met een oorlogstrauma. Omdat onder de generatie, die hier ten tonele wordt gevoerd, geen oorlogsveteranen met trauma's te vinden zijn, heeft de bewerker van die vrouw een joodse gemaakt om te kunnen verwipen naar een trauma overgehouden uit de Zesdaagse Oorlog tussen Israel en Egypte. Dit klinkt zo onwaarschijnlijk, dat het verhaal van die vrouw alleen maar melodrama- tisch wordt en nauwelijks meer verband houdt met het onderwerp waar Ntozake Shange het over wil hebben: de min of imeer gemeenschappelijke ervaring van uiteenlopende zwarte vrouwen. De specifiek 'zwarte' oorsprong van het stuk heeft De Palm met zijn keuze voor een 'Nederlandse' bewerking moeten laten varen. Wat zijn multi-raciale personages verbindt is hun vrouwelijkheid en hun maatschappelijke minderheidspositie. De culturen waaruit deze figuren stammen zijn onderling zo verschillend, dat de vorm wurm de voorstelling is gegoten slechts na de buitenkant blijft. De met veel flair uitgevoerde choreografie van de voorstelling heeft meer met afro-amerikaanse dansles voor alle gezindten te maken dan met gemeenschappe e 'wortels'. Het stuk bestaat uit 21 gedichten, soms lyrisch, soms episch, soms getuigend. Ze vertellen van verkrachting. abortus en mishandeling, ook van het ontwaken van erotiek en van ontrouwe mannen en hun smoesjes. Het geheel is op te vatten als een lofzang op de vrouwelijke liefde, die voor Shange bestaat uit een onstuitbaar lichamelijk verlangen en een soort oervorm van spiritualiteit. Het is de merkwaardige mengeling van sarcastische humor en melancholie die haar heel eigen toon bepalen. Shange generaliseert 'de mannen' en 'de blanke' wordt in een korte passage afgeschilderd als een droogkloot met een slechts conceptueel driftleven. Het stuk stamt duidelijk uit het idealistische begin van de tweede feministische golf. Vrouwen hoeven maar ervaringen uit te wisselen of ze zijn één in gedachten, woord en daad. Regisseur Felix de Rooy laat het dansgedicht uitgevoeren op een altaar-achtige constructie van getrapte blokken in namaak-marmer, beschenen in alle kleuren van de regenboog; de vrouw die het meest geleden heeft, komt op de hoogste trede terecht. De collectieve gedachte wordt uitgedrukt in verhevigde, vooral sierlijke fichaamstaal, die mij eerder afkomstig lijkt van choreograaf Zack Thompson dan van de actrices zelf. De tekstbehandeling is in de eerste plaats getuigend; hoe dichter de actrices bij zichzelf blijven deste overtuigender ze zijn. Er gebeuren soms spannende dingen tussen de speelsters, maar af en toe bekruipt me de vrees dat de rituele theatertwl, die de groep voorstaat, kan doorslaan naar nachtclubkitsch.